Unsplash Andrew Ridley

Inclusief schrijven, hoe doe je dat?

In 2020 mocht ik voor één van mijn opdrachtgevers een publicatie schrijven over de werkzaamheden die zij hadden uitgevoerd om te komen tot een meer inclusieve samenleving in hun regio. 

Complexiteit

In het verleden, toen ik nog als HBO-docent werkte, leerde ik al dat zaken rondom inclusieve diversiteit vaak gecompliceerd liggen. Zo zijn er in het hoger onderwijs diverse groepen studenten die hun studie niet afronden. Waaraan dat ligt, daar verschillen de meningen over. Vaak wordt er verwezen naar de etnische en culturele afkomst van deze studenten. Ik vind echter dat deze uitval zelden wordt veroorzaakt door de huidskleur van een student, maar veel vaker door bestaande vooroordelen over hen bij collega-docenten en stagebedrijven. Ook het vasthouden aan een onderwijscultuur die ten voordele is van studenten met organisatietalent en relationele vaardigheden zorgt ervoor dat jongeren met doe-kracht en creativiteit vaker buiten de boot vallen in het HBO.

Tijdens het schrijven van de publicatie voor deze opdrachtgever maakte ik kennis met een andere complicerende factor, namelijk taal. Ik werd mij nog meer bewust van de effecten die taalgebruik kan hebben op anderen, en hoe taal mensen kan uitsluiten.

Van checklist naar basishouding

In dit artikel wilde ik in eerste instantie mijn inzichten delen over hoe je inclusieve teksten kunt schrijven. Ik begon met het maken van een checklist voor inclusief schrijven. Een checklist dat je kunt afvinken om te controleren of je tekst inclusief is. Alleen of een tekst daadwerkelijk inclusief is, wordt bepaald door de lezer. En de lezer is een mens die een eigen perspectief heeft. Inclusieve teksten ontstaan dan ook niet door het rationeel afvinken van een checklist. Voor het schrijven van een inclusieve tekst is een bepaalde basishouding nodig, waardoor je de ander leert kennen en begrijpen. Wanneer jij je lezer kent, kun je voor de lezer schrijven.


Basishouding voor inclusieve diversiteit:

  • De wil om te leren
  • Ter discussie stellen van eigen veronderstellingen en vooroordelen
  • Niet praten over maar met mensen
  • Een bondgenoot en gelijkwaardige partner zijn, geen redder
  • Geduld hebben

Voor het realiseren van inclusieve teksten is het aangaan van een dialoog met de lezer en doelgroep belangrijk. Want, of bepaalde benamingen, woorden of fraseringen inclusief zijn, kan alleen bepaald worden door de lezer die je beoogt te bereiken.

Ik geloof dat geen enkele schrijver bewust mensen uitsluit of negatief bejegent door middel van taal, maar het kan wel als zodanig worden ervaren door de lezer.

Het idee van een checklist heb ik dan ook snel losgelaten. In plaats daarvan schrijf ik hier over de lessen die ik tot nu toe heb geleerd. 

Genderneutraal schrijven

Hoe vaak gebruiken we in onze teksten niet de verwijzingen ‘hem’ en ‘haar’? Denk aan de zin ‘De motorrijder gaat met zijn motor op vakantie.’ Waarom moet het zijn motor zijn, dus mannelijk, en kan het niet haar motor zijn? Is een motorrijder altijd een man?  Het vermijden van dergelijke verwijzingen vraagt soms om wat creativiteit, maar het is mij tot nu toe wel gelukt!

Zo gebruik ik in veel gevallen het woord partner als het gaat om een man, vrouw, echtgenoot of echtgenote. Zeker noodzakelijk als je niet weet wie de informatie leest. Ook voor het benoemen van beroepen word ik steeds kritischer. Ik probeer een omschrijving te vinden die niet specifiek mannelijk of vrouwelijk is, of als het om een vrouw gaat, gebruik ik de vrouwelijke vorm of neutrale benaming voor haar beroep. Een vrouwelijke burgemeester moet eigenlijk een burgejuffrouw zijn, toch? Het lukt dus nog niet altijd.  


Voor praktische tips over genderneutraal schrijven, kan ik deze korte blog van Schrijf.be aanraden.


Othering

Tijdens de schrijfopdracht werd ik mij ook erg bewust van ‘othering’ in teksten, ofwel het neerzetten van mensen alsof ze maar één eigenschap hebben. Hoe vaak gebruiken we in ons dagelijks leven niet termen als vluchteling, uitkeringstrekker of gehandicapten. Door het toepassen van ‘othering’ scheer je een diverse groep mensen over één kam. Een migrant kan immers zowel iemand zijn die is gevlucht voor politieke vervolging als een ingenieur die naar Nederland is gekomen om te werken.

Ik heb geleerd om specifiek te zijn en ook door te vragen naar wie er precies wordt bedoeld. Als dat niet duidelijk is, dan gebruik ik liever de neutrale term ‘mensen’. Een andere mogelijkheid om ‘othering’ te vermijden is door te focussen op de handeling. Ofwel je beschrijft gedrag in plaats van een kenmerk. Een gehandicapte kan iemand zijn die niet meer ziet, maar ook een persoon met overgewicht die moeite heeft met lopen.

En ja, we ‘otheren’ veel vaker dan we denken. Denken aan de zin: ‘de voedselbank is voor arme mensen’. Liever zeg ik nu: ‘de voedselbank is voor mensen die onvoldoende inkomsten hebben om hun dagelijkse boodschappen te betalen’. Natuurlijk een veel langere zin, maar je toont zoveel meer respect voor de mensen die afhankelijk zijn van de hulp van de voedselbank. Daarnaast zal de lezer ook een veel duidelijker beeld hebben van wie gebruik maakt van de voedselbank.

Voor een diverse doelgroep schrijven

Als tekstschrijver wilde ik altijd graag weten voor wie een tekst bedoeld is. Je schrijft een andere soort tekst voor een arts dan voor een patiënt, toch? Nee, heb ik geleerd. Je schrijft een andere tekst op basis van wat het doel is van die tekst. Welk informatie of boodschap moet er worden overgebracht? Is een tekst bedoeld om uitleg te geven over hoe iemand het best behandelend kan worden voor ziekte X, dan is het mijn taak als tekstschrijver om ervoor te zorgen dat er de juiste informatie instaat voor zowel een beginnende arts, een huisarts en een specialist. Tegelijkertijd schrijf je ook voor die specialist uit Pakistan, wiens Nederlands misschien nog niet perfect is, en voor de voorzitter van de patiëntenvereniging die deze tekst ook zeker wil inzien. Het is mijn taak als tekstschrijver om ervoor te zorgen dat de boodschap helder en duidelijk wordt beschreven, voor iedereen die het gaat lezen.

Ik maak nu dan ook steeds vaker een mentaal beeld van een zo divers mogelijke doelgroep voordat ik begin met schrijven of redigeren. Soms knip ik zelfs afbeeldingen uit. Ik probeer nu te schrijven voor iedereen en niet alleen voor de mensen die als eerste in mijn gedachten naar boven komen. Het liefst ga ik ook in gesprek met deze diversiteit aan mensen, of laat ik hen mijn tekst proeflezen, maar daar is helaas niet altijd tijd voor.  

B1-niveau schrijven

Sommige tekstschrijvers vinden dat je altijd op B1-niveau moet schrijven. Ik heb daar een ietwat genuanceerder mening over gekregen. Ja, ik streef ernaar om zoveel mogelijk op B1-niveau te schrijven. Daarmee bedoel ik niet alleen taalgebruik, maar ook het gebruik van duidelijke titels en tussenkopjes, schrijven in actieve vorm, zoveel mogelijk eenvoudige woorden gebruiken en het vermijden van zinnen met meer dan één onderwerp.  

Maar wat ik ook steeds belangrijker ben gaan vinden, is de toon waarop ik schrijf. Hoe benader je de lezer? Benader je de lezer als een gelijkwaardige partner of probeer je iets voor te schrijven of te verbieden? Neem je de lezer serieus of vind je hem dom, eigenwijs, lastig of arrogant? Ik heb geleerd dat voor het schrijven van een goede toegankelijke tekst voor een brede doelgroep, een open en gelijkwaardige houding naar de lezer toe belangrijk is. 

Afkomst en kleur

Behalve genderneutraal schrijven, wordt er ook veel gesproken over hoe je mensen kunt benoemen die niet-wit zijn of mensen die kinderen zijn van niet in Nederland geboren ouders. Het is zo gemakkelijk om te verwijzen naar mensen op basis van kleur of afkomst. ‘Je weet wel, hij met dat rode haar’, of, ‘die donkere jongen die daar midden in de groep staat’. Zijn deze benamingen altijd fout? Nee, niet altijd. Aan de andere kant is het niet relevant om te vermelden dat Joachim, de verdediger van het Nederlands elftal, van Marokkaanse afkomst is als je zijn ultieme kwaliteiten als verdediger benoemt. Ofwel, vermeld alleen kleur of afkomst als het relevant is en een toegevoegde waarde heeft. Mijn les is dat die er maar heel zelden is!

Positieve bewoordingen en negatieve klanken

Mijn eerder genoemde opdrachtgever was zich erg bewust van hoe sommige woorden bepaalde associaties oproepen. Zo wilden zij bijvoorbeeld niet dat ik het woord ‘oplossing’ gebruikte in de publicatie. Er is namelijk niet één oplossing voor het bereiken van inclusieve diversiteit. Door te spreken over een ‘oplossing’ geef je aan dat het vraagstuk een specifiek antwoord heeft, en dat is niet zo. Daarom vinden veel mensen, inclusief ik, het verhaal rondom inclusieve diversiteit ook zo ingewikkeld. Er is namelijk niet één manier om die realiteit te bereiken.

Mijn opdrachtgevers wilden ook hun normen en waarden niet op de ander neerleggen. Er is immers niet één waarheid. Daarom wilden zij hun werkzaamheden ook niet beschrijven als succesvol of falend. Ze wilden zichzelf ook niet presenteren als ‘redder’, zij wilden zich opstellen als ‘partner’ en ‘bondgenoot’. Daarom noemen zij zichzelf procesbegeleiders zonder dat aan te geven hoe dat proces er precies uit moest zien.

Met inclusieve teksten bereik je geen inclusieve diversiteit

Al lang geleden heb ik geleerd dat inclusieve diversiteit niet bereikt wordt door te schrijven dat een bijeenkomst openstaat voor iedereen, ook voor mensen met een handicap of ‘niet-westerse’ achtergrond. Die les leerde ik al toen ik nog werkte als teammanager wijkontwikkeling voor een woningcorporatie.

Inclusieve diversiteit bereik je alleen door inclusief te handelen. Dat je, wanneer je merkt dat een bepaalde doelgroep niet bij je binnenstapt, actief naar de betreffende doelgroep toegaat om hun verhaal en mening te horen. Wie zijn ze, wat vinden ze belangrijk en hoe kun je aansluiten bij hun wensen en behoeften? Wat je leert van die ontmoetingen kun je gebruiken bij het vormgeven van je teksten en bijeenkomsten. Maar de eerste keer dat men komt naar een bijeenkomst, komt men voor jou en niet op basis van een mooi inclusief geschreven uitnodiging.

Daarom geloof ik nu nog meer dan vroeger, dat je alleen inclusief kunt schrijven als je ook op andere vlakken handelt vanuit een basishouding gericht op inclusieve diversiteit.