Woorden zijn egoloos, schrijvers niet

Een boek schrijven kost tijd, veel tijd. Misschien is het eerste idee, een eerste verhaallijn snel opgeschreven. Je ziet de potentie van wat je wilt gaan doen en je handen jeuken om het af te maken. Je bent in de ‘zone’ en je hebt nu tijd, dus je wilt zo snel mogelijk werken. Wat je nu schrijft zal goed zijn.   

Dat gevoel van euforie, van in de ‘flow’ zijn, is geweldig. Voor een goede tekst is afstand nemen van de ‘flow’ of euforie waarin je het hebt geschreven, nog veel belangrijker. Redigeren doe je met je ratio. Je denkt na over wat je nu eigenlijk precies wilt vertellen en checkt of je dat ook daadwerkelijk hebt gedaan. Als je wilt dat je karakter geldzuchtig en egoïstisch is, is hij dat dan ook door het gehele boek? En als hij van zijn gedrag afwijkt, is dat dan bewust gedaan of had jij je laten leiden door een mooie gebeurtenis die je er graag in wilde verwerken? Komen de verschillende verhaallijnen goed bij elkaar? Is het spannend, leuk, romantisch of filosofisch genoeg?   

Vaak geniet ik van mijn eigen genialiteit en mooi geschreven woorden, maar net zo vaak verwijder ik ze weer. Een tekst kan zo mooi zijn opgeschreven, maar als het niets aan het verhaal toevoegt, is het eerder een afleider dan een versterker van het geheel.   

Voor fotoboek Points of Recognition, over de inheemsen van Suriname, zijn de teksten wel drie keer volledig veranderd. Toen de fotograaf en ik begonnen met het samenstellen van dit fotoboek, wilde hij vooral een boek met mooie foto’s maken. Nadat we hadden gesproken over het echte en oorspronkelijke doel van zijn fotoboek, namelijk de traditionele bewoners op een waardige wijze in beeld te brengen, bleek dat hij ook vooral de diversiteit van de inheemse levensstijlen in Suriname wilde tonen en daarbij punten van herkenning wilde bieden aan de lezer.  Zijn relatief droge en informatieve teksten werden toen omgezet naar persoonlijke verhalen over het leven van de mensen in de foto’s. Het ego van de fotograaf, die vooral mooie esthetische foto’s wilde maken, verdween naar de achtergrond en het oorspronkelijke doel van het fotoboek keerde terug. Nu is het een fotoboek met mooie esthetische foto’s en een goed verhaal.

Woorden zijn geduldig en egoloos. Ze vinden het niet erg om plaats te maken voor ander woord of even opzij te worden gezet om later weer terug te keren. Ze klagen niet, ze juichen niet, ze zijn er gewoon of ze zijn er niet. Het is de ego van de schrijver die worstelt, emotioneel betrokken is bij de tekst, en het is de schrijver die verandert waardoor oude teksten ineens irrelevant worden. Ik, als redigeerder, ben ook niet gevrijwaard van mijn ego. Daarom vraag ik altijd naar het doel van het boek, naar dat wat de schrijver wil vertellen. Dan zet ik mijn redigeerbril op en beoordeel of die doelen zijn bereikt in het boek. Mijn feedback kan de schrijver tot nadenken stemmen en dwingt hem om na te denken over waarom hij bepaalde (onbewuste) keuzes heeft gemaakt. Daarnaast ontstaat door mijn feedback, ook het eerste contact met de buitenwereld. Het contact met mensen die hem niet persoonlijk kennen. Hoe kijkt de buitenwereld naar zijn woorden, naar zijn verhaal? De woorden zelf betekenen niets, de interpretatie die de lezer en schrijver eraan geven wel.